Zelfstandig arts: fiscale optimalisatie met of zonder vennootschap

Hoe kan je als arts met of zonder een vennootschap fiscaal optimaliseren? Lees onze 10 gouden tips!

 

1. Minimale bezoldiging als zaakvoerder

Ervan uitgaand dat je vennootschap voldoet aan de voorwaarden van een kmo, kan je bij opname van een jaarlijkse wedde als zaakvoerder van minstens 45.000 euro genieten van het verlaagd tarief van 20% op de eerste schijf van 100.000 euro fiscale winst. Bovendien vermijdt de vennootschap de afzonderlijke aanslag van 5% (of 2.250 euro)  die wegens onvoldoende bezoldiging van toepassing is. Boven de 100.000 euro fiscale winst is het tarief van 29% van toepassing (25% vanaf 2020).

 

2. Onkostenvergoedingen

Inkomsten die je uit je vennootschap haalt, zijn meestal belastbaar. Dit geldt niet voor vergoedingen die de forfaitaire terugbetaling zijn van kosten die je privé voor je vennootschap maakt. Welke vergoedingen kunt je allemaal opnemen: autovergoedingen (beroepsmatige kilometers), gebruik van beroepsruimten in je privéwoning (archief, ontvangst, wachtkamer, ….), representatiekosten, elektriciteit, water, verwarming, … Deze onkostenvergoedingen dienen in principe met bewijsstukken onderbouwd te worden, maar zijn meestal tot een bedrag van 200 euro per maand fiscaal aanvaardbaar.

 

3. Fietsvergoeding

De fietsvergoeding bekomt de bedrijfsleider/arts wanneer hij van en naar het werk fietst. Deze vergoeding voor een door de vennootschap ter beschikking gestelde fiets bedraagt 0,24 euro per kilometer (vanaf 2019). De fietsvergoeding is 100% fiscaal aftrekbaar en perfect combineerbaar met kosten voor andere vervoersmiddelen, zoals de bedrijfswagen, de moto, etc. Er zijn geen voordelen in natura op aan te geven en de investeringen zelf (inclusief fietsaccessoires en fietsstallingen! ) zijn voor 120% aftrekbaar. Ook spedelecs (elektrische fietsen tot 45 km/u) komen hiervoor in aanmerking. Bovendien verhoogt je (fiscale) productiviteit door het gebruik van de fiets ! Ook voor artsen die niet onder vennootschapsvorm werken is dit van toepassing.

 

4. Investeringsaftrek

Op nieuwe en afschrijfbare beroepsmatige investeringen is een investeringsaftrek van 20% op de aanschafwaarde van toepassing voor de kalenderjaren 2018 en 2019. Vanaf 2020 valt deze investeringsaftrek terug naar 8%. Ook voor artsen die niet onder vennootschapsvorm werken is dit van toepassing.

 

 

5. Pensioenopbouw : VAPZ

Als zelfstandig bedrijfsleider binnen een vennootschap kunt je een van het Vrij Aanvullend Pensioen Zelfstandigen (VAPZ) gebruik maken om een pensioenkapitaal op maat samen te stellen, terwijl ook kan geprofiteerd worden van de gunstige fiscale voorwaarden van de tweede pensioenpijler. De eindleeftijd van je contract is afhankelijk van de opname van je wettelijk pensioen. Je kan dan je pensioen opnemen in kapitaal, lijfrente of vaste termijnrente, en recupereert tot 62% van je investering:

  • De VAPbijdrage wordt van de hoogste schijf van je inkomen afgehouden. Dit levert je een fiscale besparing aan de hoogste aanslagvoet op: 54% (inclusief een gemiddelde gemeentebelasting van 8%) vanaf een jaarlijks inkomen van 40.480,01 euro.
  • De berekeningsbasis voor je sociale bijdragen als zelfstandige vermindert na drie jaar door de daling van je belastbaar inkomen: goed voor 21% bijkomend voordeel (afhankelijk van je inkomen).
  • Het VAP is cumuleerbaar met een groepsverzekering, individuele pensioentoezegging (IPT), langetermijnsparen en pensioensparen.
  • Bij pensioenopname geniet je kapitaal van het bijzonder gunstige fiscaal regime van de fictieve rente.
  • De premie bedraagt maximaal 8,17% van de beroepsinkomsten, met een absoluut maximum van 3.256,87 euro in 2019. Dit wordt wel extra belast als voordeel van alle aard (VAA) indien betaalt door de vennootschap.
  • Als zaakvoerder kan je ook een Sociaal Vrij Aanvullend Pensioen Zelfstandigen (SVAPZ) opbouwen waarvan het maximaal bedrag van de premie 9,40% van je inkomsten, met een maximum van € 3.666,85, bedraagt.

 

Ook voor artsen die niet onder vennootschapsvorm werken is dit interessant. De (S)VAPZ bijdrage is aftrekbaar in de personenbelasting.

 

6. Groepsverzekering – backservice

Bedrijfsleiders met een IPT of Individuele Pensioentoezegging, een zogenaamde groepsverzekering voor zelfstandigen, hebben er alle baat bij om in 2019 hun inhaalbijdrage te storten. Door het storten van een inhaalbijdrage in je groepsverzekering of IPT, en dit binnen de 80% regel,  verhoog je niet alleen het bedrag dat je spaart voor op je oude dag, je kunt het gestorte bedrag ook aftrekken van het belastbaar inkomen van je vennootschap. De 80 %-regel bepaalt het aanvullend pensioen dat je als bedrijfsleider op een fiscaalvriendelijke manier kunt opbouwen.

Let op : Op de aangroei van de gespaarde reserves is een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage (of Wijnickxbijdrage) van 3% verschuldigd, en dit ingeval het wettelijk pensioen in combinatie met het aanvullend pensioen hoger is dan het maximale ambtenarenpensioen (vanaf 2019).

 

Voor artsen die niet onder vennootschapsvorm werken bestaat sedert juli 2018 de “pensioenovereenkomst voor zelfstandigen” of “POZ”.  De aftrekmogelijkheden zijn gelijkaardig als deze van de groepsverzekering. Binnen de 80%-grens is er 30% belastingvoordeel, en slechts 10% belasting op het kapitaal ontvangen bij pensionering. Deze oplossing is aantrekkelijk voor een gemiddeld inkomen van 20.000 euro of meer per jaar.

 

7. Autokosten

Vervang je bedrijfswagen voor een fiscaalvriendelijker exemplaar! Wagens met een lage aankoopwaarde en lage Co2 uitstoot zijn fiscaalvriendelijker dan andere. Beter nog dan een hybride auto, is de elektrische bedrijfswagen fiscaal optimaal. Tot en met 2020 zijn alle kosten verbonden aan de elektrische wagen voor 120% aftrekbaar. Interesten kunnen tot 100% worden ingebracht.

Beschikt je over een minder fiscaalvriendelijk exemplaar , waarvan je geen afscheid kunt nemen als bedrijfswagen, dan kan je nog altijd een budgetvriendelijke wagen privématig aankopen voor je privéverplaatsingen (inclusief woon-werkverkeer).

 

Voor artsen die niet onder vennootschapsvorm werken is vanaf 1 januari 2020 dezelfde (minder gunstige) regeling van toepassing als in de vennootschapsbelasting. Tot zolang zijn alle autokosten voor minimaal 75% aftrekbaar. Men heeft er dus nog baat bij om in 2019 de beroepsmatig gebruikte auto te vervangen, en niet te wachten tot 2020.

 

 

8. Storting in rekening-courant

Een vordering van een aandeelhouder of bedrijfsleider ten opzichte van de vennootschap kan fiscaal interessante inkomsten opleveren, mits het respecteren van bepaalde voorwaarden.

 

Vooreerst mag de stand van de rekening-courant aan het einde van het boekjaar niet hoger zijn dan de som van het fiscaal volstort kapitaal en de som van alle belaste reserves aan het begin van het boekjaar. Let dus op voor kapitaalsverhogingen of -verminderingen in de loop van het boekjaar.

 

Het zou tevens te gemakkelijk zijn een overdreven rentevoet te hanteren. Daarom heeft de wetgever bepaald dat de rentevoet op de rekening-courant niet hoger mag zijn dan de marktrentevoet. Indien deze rentevoet de marktrente overschrijdt, zal het voordeel geherkwalificeerd worden in een dividend, zodat de fiscus meer belastingen zal kunnen innen. Voor het jaar 2019 is de marktrentevoet niet wettelijk geregeld, maar vanaf het jaar 2020 is deze gelijkgesteld aan de door de nationale bank bekendgemaakte MFI-rentevoet, te verhogen met 2,5%. De interesten die op deze rekening-courant betaald worden, zijn in principe voor de vennootschap aftrekbaar. Aan de andere kant worden ze bij de vennoot/aandeelhouder aan 30% roerende voorheffing onderworpen, terwijl bezoldigingen gemakkelijk aan meer dan 50% belast kunnen worden. Indien de vennootschap geld nodig heeft, kan het vaak interessanter zijn privégeld in te brengen in de vennootschap via de rekening-courant, in plaats van het kapitaal van de vennootschap te verhogen.

 

9. Aankoop van vastgoed

De vennootschap kan beleggen in onroerende goederen en daarbij de aankoopkosten (10% registratierechten en ereloon notaris) fiscaal recupereren. De techniek van de gesplitste aankoop is daarbij een veel gebruikte tool, mits het respecteren van een aantal voorwaarden.  Het vastgoed kan een huuropbrengst voor de vennootschap genereren. Let wel op met privégebruik door de zaakvoerder/vennoot van het door de vennootschap aangekochte vastgoed: dit wordt door de fiscus sterk onder vuur genomen.

10. Verhuur van praktijkruimte

Je verhuurt een gebouw (praktijkruimte) aan je vennootschap waarvan je zaakvoerder bent. In dit geval is de huur beperkt, want deze kan als wedde  geherkwalificeerd worden in de mate dat ze hoger is dan het kadastraal inkomen (ki) van het verhuurde (deel van het) gebouw x 5/3 x de revalorisatiecoëfficiënt. Voor 2019 bedraagt de revalorisatiecoëfficiënt 4,47. Er is echter geen huurherkwalificatie mogelijk als je een gebouw onderverhuurt, als je een terrein verhuurt, of als je verhuurt aan een vennootschap waarvan je enkel aandeelhouder bent, zgn. bedrijfsleider van de tweede categorie, of werknemer. Voordeel is wel dat de vennootschap de inrichtingskosten van de gehuurde praktijkruimte volledig ten laste kan nemen.

 

Wil je meer weten? Maak een afspraak met onze specialisten.



Gerelateerde artikels